De slingerwerking van de achterbenen

In dit artikel ga ik je meer leren over de slingerwerking van de achterbenen in draf. Deze slingerwerking geeft ons namelijk onwijs veel informatie over de manier waarop het paard zijn lichaam gebruikt. Voor ons als ruiter en trainer van onze geliefde viervoeter noodzakelijke informatie om te kunnen beoordelen of we ons op een pad bevinden qua training, die aansluit bij de natuurlijke bewegingen van het paard. Zien we dat bepaalde elementen die een paard van nature automatisch in zich heeft, structureel verloren gaan, dan is dat een signaal om onszelf bewust te gaan worden wat dit ons aan informatie geeft.

Wat betekend deze 50-50 slingerwerking van de achterbenen?

Van nature beweegt een paard in draf met een gelijkmatige slingerwerking van beide achterbenen. Ook wel de 50-50 slingerwerking van de achterbenen genoemd. Er word mee bedoeld dat de beweging die het achterbeen naar achter maakt, even groot is als de beweging die het achterbeen naar voren maakt. Vergelijkbaar met de slinger van een hangklok. Die slingert even ver naar rechts als naar links. Dat willen we bij het paard ook zien. Om daar perfect over te kunnen oordelen, kunnen we het beste werken met foto’s. Omdat dit een stilstaand beeld weergeeft, kunnen we in alle rust aflezen wat het lichaam ons verteld.

dancer correct achterbeen

Hoe kunnen we deze 50-50 slingerwerking beoordelen?

Om dat te kunnen beoordelen is het noodzakelijk dat we weten waar we de loodlijn tekenen. Deze lijn verteld hoe de slingerwerking er op dat moment uit zag. Dit is uiteraard een moment opname. Een paard wat correct getraind word, maar bijvoorbeeld een moeilijke nieuwe oefening aanleert, kan best hierbij een verkeerde slingerwerking laten zien, omdat hij het moeilijk had en nog zoekende is in de oefening. Het is dan interessant om dezelfde oefening een maand of 2 later nog eens te analyseren middels een foto, om te kunnen beoordelen wat er op dat moment gaande is in het lichaam en hoe het paard zich in de oefening heeft ontwikkeld, of niet.

Op deze onderstaande afbeelding kun je de achterbenen van het paard zien, met daarin het skelet afgebeeld. De loodlijn loopt exact midden door het heupgewricht heen en maakt een 90 graden hoek met de grond. Vanaf de grond kun je vervolgens 2 kanten op de lijn tekenen naar de hoeven van het paard en voilà, de slingerwerking is in beeld. 

slingerwerking13

Wat verteld deze slingerwerking ons?

De slingerwerking omschrijft 2 functies van de achterbenen. Het stuwen en het dragen. Stuwen heeft te maken met afzetten en dragen met gewicht verplaatsen. Als een paard beweegt zoals de afbeelding hieronder (zwart paard) én hij zou met beide benenparen hetzelfde laten zien qua beenzetting, dan stuwt hij te veel. De energie waarmee hij zichzelf afzet is krachtiger als de energie waarmee hij zichzelf verplaatst. Feitelijk is achterbeen vertraagd en komt te weinig en te laat mee naar voren. Oorzaken hiervoor bespreek ik verderop in dit artikel.

Té veel stuwen heeft bij (onnatuurlijke) arbeid altijd negatieve gevolgen voor het horizontale evenwicht van een paard. Het risico op overbelasting en/of slijtage aan de voorbenen ligt dan absoluut op de loer.


Hoe onnatuurlijk is deze ongelijke slingerwerking?

Het komt zeker momenten voor dat een vrij bewegend paard, uit bijvoorbeeld een schrikreactie of uit joligheid en enthousiasme, met beide achterbenen veel power geeft om snel te vertrekken (afzetten). Als je op zo’n moment een foto neemt kun je absoluut een ongelijke slingerwerking waarnemen. Echter wanneer deze extra energie boost voor de vlucht is afgevloeid, dan zal de balans zich herstellen en het paard weer in de zogenaamde 50-50 positie gaan bewegen. In het geval van deze afbeelding is de slingerwerking niet 50-50 maar ongeveer 90-10. De beweging van de loodlijn naar achteren is veel groter als de beweging van de loodlijn naar voren.

slingerwerking 11

Het is dus feitelijk een onderdeel van een correcte basis om de slingerwerking voor elkaar te krijgen. Alleen dan kunnen we invloed gaan uitoefenen op het horizontale evenwicht. Dan is het mogelijk om de impuls ook daadwerkelijk om laten zetten naar meer draagkracht. Vragen we een paard dit te doen alvorens deze basis voor elkaar is, dan krijgen we te maken met flinke problemen in de beenzetting.

De onderstaande afbeelding is daar een voorbeeld van. Dit paard loopt bijna volledig met beide achterbenen van de loodlijn naar achteren. Ik heb in deze afbeelding niet met de loodlijn gewerkt, maar heb de afstand tussen beide benen zichtbaar gemaakt door vlakken in te kleuren. Schokkend genoeg kunnen we constateren dat deze manier van bewegen verre van zijn natuurlijke oorsprong staat en dit kan bij structureel op deze manier bewegen, niet anders dan ongezond zijn voor paarden. 

slingerwerking 9

Op de onderstaande afbeelding zie je een momentopname waarbij de ingekleurde vlakken laten zien dat de afstand tussen beide voorbenen en de achterbenen op hetzelfde uitkomt. We kunnen concluderen dat het paard met zowel voor als achter ongeveer even veel bodem bedekt.

slingerwerking achter 10

Door correcte training kunnen we dus deze slingerwerking positief beïnvloeden en ermee leren spelen. Het tegendeel is echter ook waar. Door verkeerde beweging die niet aansluit bij de natuurlijke mogelijkheden van het paardenlichaam, zal het paard ernstige verstoringen laten zien in deze slingerwerking.  

slingerwerking achter 3 slingerwerking achter 2


Het is interessant op hetzelfde paard in dezelfde richting eens te bekijken op 2 verschillende afbeeldingen. Op de linker afbeelding loopt het paard ongeveer in een 60-40 positie achter. Op de rechterafbeelding is de slingerwerking gelijk. De drafmomenten zijn niet exact op hetzelfde moment, maar de slingerwerking kan op elk willekeurig moment informatie afgeven.


We kunnen op de linker afbeelding zien dat het paard spanning heeft en de ruiterhand te weinig volgt en op zoekt. Er is spanning in de bovenlijn. De ontspanning en aanleuning zijn op dat moment niet juist aanwezig. Dit veroorzaakt een kettingreactie in het lijf. Het linker achterbeen wordt geblokkeerd om mee naar voren en hiermee onder de massa te treden.
De rechter afbeelding is een momentopname waarbij de aanleuning van het paard is, het paard zoekt en volgt de ruiterhand, de bovenlijn is ontspannnen en de onderlijn gesloten. We zien direct een verschil in de mate waarop het linker achterbeen kan functioneren.

Het leert ons dat bij een paard in ontwikkeling de momenten echt nog niet altijd perfect zullen zijn. Zeker tijdens momenten van scheefheid/ disbalans en als gevolg hiervan spanning. De bovenlijn is dan niet optimaal qua ontspanning, en de onderlijn niet optimaal qua aanspanning. Een verstoorde slingerwerking kan dan het gevolg zijn.

slingerwerking5

Nog een interessante afbeelding om te bespreken. Zo op het eerste oog lijkt dit een correcte afbeelding. Neusje aan de loodlijn, paard zoekt en maakt de verbinding. Maar wanneer je bepaalde lijnen gaat trekken, dan kun je wel degelijk vaststellen dat er nog werk aan de winkel is. Wat betreft dit moment in deze oefening. Het linkerachterbeen komt t.o.v. het rechterachterbeen veel te weinig mee naar voren. De slingerwerking zou ik zetten op 70-30. De beweging naar achteren is ongeveer 70% en de beweging naar voren 30%. We zien hierdoor dat de diagonale beenzetting tevens wordt verstoort. Het is vanzelfsprekend dat dit effect heeft op het totale lichaamsgebruik. De diagonale lijn tussen linksachter en rechtsvoor is doorbroken en gaat niet mooi gelijk op. De groene lijnen geven dit weer. Deze lijnen zijn bij correct lichaamsgebruik evenredig aan elkaar. We zien ook dat de kogel te ver doorzakt op linksvoor. Als het linker achterbeen namelijk verder naar voren komt, dan beïnvloed dit tevens de werking van het linkervoorbeen. Deze blijft op de afbeelding te lang op de grond staan omdat het achterbeen als het ware ‘te laat’ komt. Het afrolpunt en hiermee ook de belasting voor de voorbenen word mede bepaald door de werking van de rug en de achterbenen. 

Ik vind het altijd super interessant om deze slingerwerking af te lezen van mijn paarden. Ik beoordeel dit op basis van het moment van de foto en de betreffende oefening. Door dat te doen weet ik exact wat er gaande is en waar ik nog aan kan werken in het lichaam om de slingerwerking te verbeteren.

Op de bovenstaande afbeelding ben ik met Ton de draf aan het verruimen. Ze laat duidelijk zien dat linksachter te weinig en te laat mee naar voren komt. Het zou perfect zijn als ik precies dezelfde foto had van het andere diagonale benenpaar, zodat ik kan beoordelen of beide kanten op hetzelfde gebeurt. Helaas heb ik die niet. Voor nu ga ik alleen af op wat ik op deze afbeelding zie en wat ik kan linken aan haar scheefheid, zodat ik weet waar ik aan kan werken om dit verder te ontwikkelen. Van nature is Ton rechtsgebogen en heeft ze qua kracht, coördinatie en buikspieren meer moeite met het linker achterbeen. Hiermee kan ze makkelijker van de loodlijn naar achter bewegen als naar voren.
Met de informatie die ik uit een dergelijke afbeelding haal, kan ik nog gerichter en bewuster doelen gaan stellen om de komende periode het linker achterbeen te versterken, zodat op een later moment de slingerwerking tijdens de verruiming wel kloppend blijft.

Soms ligt de oplossing binnen de oefening zelf, als een paard bijvoorbeeld te weinig halslengte heeft en hiermee het achterbeen blokt. Soms is het een lange termijn doel om het paard in de oefening te verbeteren, door vooral het paard om de oefening heen rechter en sterker te maken in het lijf.
Het blijven ontwikkelen en verbeteren van de basis van het paard is nodig om ook in de moeilijkere oefeningen het juiste bewegingsmechanisme te behouden.
Een stabiele gelijkmatige slingerwerking in combinatie met het juiste verticale en horizontale evenwicht, maakt het mogelijk om te gaan spelen met het samenspel tussen stuwen en dragen. We kunnen gaan trainen dat het paard korte momenten leert om de stuwende energie om te zetten naar meer draagkracht. De veerkracht om zich af te zetten naar achter proberen we om te zetten naar een veer die meer omhoog geduwd word. Als dit lukt, dan kunnen we de slingerwerking opnieuw zien veranderen. De stuwende beweging is kleiner en het paard draagt zichzelf meer. Hierbij kunnen we checken hoe de diagonale benen t.o.v. elkaar bewegen. Op de afbeelding hieronder lopen deze lijnen evenredig aan elkaar. De slingerwerking is 30% van de loodlijn naar achter (stuwen) 70% van de loodlijn naar voren (dragen). De intentie van het achterbeen neigt meer naar dragen dan naar stuwen. 

 slingerwerking 6

Bij een correct uitgevoerde piaffe is er geen slingerwerking meer en bewegen beide achterbenen van de loodlijn naar voren (onder de massa). Het paard zal zichzelf dan niet meer vooruit brengen door de draagkracht van de oefening. De stuwkracht is tot het minimum beperkt gedurende het leerproces van de piaffe. Op de levade na, waarbij 100% draagkracht wordt gevraagd van het lichaam, behoort de piaffe dan ook niet voor niets tot één van de zwaarste oefeningen van de dressuur.


Wat zijn mogelijke oorzaken van een verkeerde slingerwerking?

- Blokkades in de wervelkolom 
- Problemen in het lendenen gebied, het SI-gewricht en het bekken. 
- De natuurlijke scheefheid, verstoring van het verticale en horizontale evenwicht
- Verkeerd ruggebruik en rugproblemen
- Verkeerde inwerking van de ruiter op het paard (problemen met ontspanning en gelijke aanleuning)
- Verkeerde lengte in de hals/bovenlijn, waardoor het achterbeen word geblokkeerd om voldoende mee naar voren te komen
- De bouw van een paard

Mijn ervaring is dat de training een heel groot effect heeft op deze slingerwerking. Dat kan zowel positief als negatief worden bekeken. Verkeerde training kan de slingerwerking structureel veranderen. Paarden die aan de voorkant kort in de hals worden gereden en geregeld met hun neusbeen áchter de loodlijn bewegen, zullen verstoringen laten zien in hun slingerwerking. Daarvoor geldt een hele simpele vuistregel:

‘Hoe korter de hals, hoe langer het achterbeen’

Een paard heeft lengte in zijn hals nodig om het achterbeen naar voren te kunnen laten komen. Vanuit de juiste halslengte kunnen we werken aan een voorwaarts werkend achterbeen.


Oplossing:
Ik had je hier graag één kant en klare tip gegeven die dé oplossing brengt voor een verstoorde slingerwerking. Maar helaas…je voelt hem al aankomen….zo werkt dat niet….

Zoals je hierboven in de tekst hebt kunnen lezen is het een ‘complex geheel’. Een paard beweegt in een geheel en daar waar ergens iets wordt verstoord, werkt dat door in alles. Zowel van voor naar achter, als van achter naar voren. Hebben we te maken met een paard wat jaren lang meerdere keren per week in LDR positie is getraind, dan heeft het dier echt tijd nodig om hiervan te herstellen. In samenwerking met een goede behandelaar die het paard kan ondersteunen bij het oplossen van blokkades en verstoringen in het lichaam. In combinatie met een training die aansluit bij de fysieke mogelijkheden van het paard, kan ervoor zorgen dat uiteindelijk deze slingerwerking zich weer hersteld. Ik persoonlijk vind dat we altijd ieder paard als individu moeten bekijken en van daaruit stappen kunnen gaan zetten om het paard te revalideren en/of te herstellen. Soms zijn er binnen 1 training/les wonderbaarlijke verschillen te signaleren op het gebied van de slingerwerking. Maar ik heb ook voorbeelden meegemaakt van paarden die 2 jaar nodig hadden om volledig opnieuw in balans te komen. Het kost veel tijd om van een verkeerde spieropbouw en foutieve bewegingspatronen, weer terug naar de oorsprong te gaan....

Ik lees de laatste tijd steeds vaker berichten over nieuwe meetapparatuur die kan worden ingezet om vast te stellen hoe het paard zijn lichaam belast. Daarmee kan heel nauwkeurig in kaart gebracht worden hoe de gehele beweging functioneert en waar sprake is van asymmetrie. Mijn hoop voor de toekomst is dat we dergelijke technieken ook kunnen gaan inzetten om op wedstrijdniveau beter te kunnen beoordelen hoe het paard zich tijdens de proef heeft laten zien.

Bijvoorbeeld: Met een paar simpele afbeeldingen kan de jury aan het einde van de proef nog gerichter advies geven over wat er is waargenomen, zodat ruiters zich veel bewuster worden van de invloed van training op de manier van bewegen van het paard. Wat mij betreft kan het dan niet zo zijn dat een paard met een heel spectaculair benenspel, een uitgestrekte draf laat zien met gebroken diagonaal, daar hoger voor scoort dan een deelgenoot die minder spektakel laat zien, maar waarbij de slingerwerking wel klopt.

Meten is weten! Niet alles is zichtbaar met het blote oog. Het zou mooi zijn als we bepaalde technieken in de toekomst kunnen inzetten om de sport gezonder voor paarden te maken en waarbij er verder wordt gekeken dan het nastreven van een bepaald beeld/plaatje.

Feit blijft namelijk dat het doel van dressuur is:


‘De natuurlijke bewegingen van een paard ontwikkelen en ongedwongen en in balans onder de ruiter tonen’’

 slingerwerking12